Christenen zijn er goed in: liefdadigheid. Juist in de decembermaand.  Mooi. Of toch niet?

Ik werk al een aantal jaren in de Pauluskerk in Rotterdam. De bekende kerk die elke dag daklozen mensen gastvrij ontvangt met eten, drinken, douche, dokter, aandacht.  Veel (christelijk) werk bestaat uit liefdadigheid. Het gaat erom dat de redders zich inspannen voor degene die gered moeten worden. Voor veel gelovigen is dat ook precies waar het om draait binnen het christelijke leven.  Het is weer bijna Kerst. En juist die maand worden we in de Pauluskerk overspoeld met eten. Zoveel dat we er misselijk van worden, eten weigeren en eten weggooien.

Wij komen jou helpen, tientallen mensen, kerken en bedrijven denken in deze maand aan dakloze mensen.  Op zich klinkt dat allemaal vrij liefdevol en logisch.

Het is  eenvoudig om aan liefdadigheid te doen. Er zijn situaties waar mensen geholpen kunnen worden, omdat andere mensen de mogelijkheden en de overvloed hebben om te delen. Daar is natuurlijk niets mis mee.  Maar toch blijft er een vraag regelmatig in mijn hoofd rondzoemen als een onvindbare mug in de slaapkamer: is liefdadigheid wat Jezus van mij vraagt?  Het is eenvoudig om aan liefdadigheid te doen. Het kost me wat tijd en inzet, misschien een beetje geld. En klaar ben ik.  Het kost me niet meer dan dat wat ik toch al over had. Het enige offer wat ik breng in de Pauluskerk is het risico op fysiek of psychisch  geweld.  Om antwoord te krijgen op mijn vraag  ben ik  naar Jezus gaan kijken.

Tussen de mensen wonen

Jezus deed niet aan liefdadigheid. Doordat Hij  één van ons werd toonde Hij een daad van opperste solidariteit. Paulus gebruikt bij de omschrijving van Jezus leven en sterven  het Griekse woord ‘kenosis’ wat je zou kunnen vertalen met ‘leeggieten’. Jezus hield niet op om God te zijn, maar hij deed afstand van zijn onafhankelijke macht en ging functioneren binnen de beperkingen van het menselijke.

Jezus werd een van ons, een daad van opperste solidariteit.  Hij was meer dan wij, maar leefde onder ons. Hij was Gods Zoon, maar werd als kind geboren.  Hij kwam bij ons heel gewoon, de Zoon van God als mensenzoon. Hij diende ons als een knecht en heeft zijn leven afgelegd.

Solidariteit: wat betekent dat voor mij, voor jou?

Ik begin steeds meer te geloven dat christenen geroepen zijn om ‘gemeenschappen van het koninkrijk’ te bouwen, waarbij we actief werken aan het neerhalen van muren tussen mensen. Muren tussen rijk en arm, tussen gelovig en ongelovig, tussen verschillende culturen, tussen gezond en ziek, tussen inwoner en vluchteling. Wanneer we relaties aangaan  met hen die zo anders zijn, zullen die ons, maar ook de ander veranderen. Dat is spannend, Wanneer we Jezus volgen mogen onze  relaties gebaseerd  zijn op verzoening, zelfopofferende liefde, vriendschap en genade. Dat gaat vele malen dieper dan liefdadigheid of hulpverlening. Dat is meer dan brood alleen. Dan worden we solidair met de mensen om ons heen – mens onder de mensen.

Wie weet is er dan het hele jaar voldoende eten voor hen die honger hebben. Een jas voor hen die buiten slapen. Misschien nog belangrijker:  Aandacht voor hen die gezien mogen worden. Zijn voorbeeld roept om te dienen elke dag, gedragen door Zijn liefde en kracht.

Anita Stigter